Het rijexamen kent drie bijzondere manoeuvres:

1. Omkeeropdracht:

 

Bij de omkeeropdracht krijg je al rijdende te horen van de examinator dat je in de betreffende straat moet gaan omkeren. Je kiest zelf de plaats en de wijze waarop je keert uit. Je kan dit doen via een halve draai, een bocht achteruit of 3x steken. Je moet laten zien dat je op basis van een goede inschatting van de verkeerssituatie tot een adequate oplossing komt.

 

2. Parkeeropdracht:

De examinator kan ook kiezen voor een parkeeropdracht in een straat of op een parkeerterrein. Hierbij krijg je bijvoorbeeld de opdracht om de auto zo dicht mogelijk bij een opgegeven locatie te parkeren. Dit kan bijvoorbeeld de ingang van een winkelcentrum zijn. Ook hier bepaal je zelf hoe en waar je de parkeeropdracht uitvoert. Uiteraard dient dit veilig te gebeuren en zonder ander verkeer te hinderen.

3. Stopopdracht:

Bij een stopopdracht moet je zo kort mogelijk achter een andere auto stoppen en daarna weer wegrijden zonder eerst achteruit te rijden. Dit kan zowel aan de linker- als de rechterzijde van de rijbaan. Hierbij is het van belang dat je een juiste inschatting hebt van de lengte van de neus van de auto. Belangrijk is ook dat je hierbij niemand hindert of in gevaar brengt.

Steekproefsgewijs kan de examinator de hellingproef laten uitvoeren.

 

Je dient deze bijzondere manoeuvres op een vlotte, veilige en zelfstandige manier uit te voeren!